Nieuws en Mededelingen
Dankwoord van Bert Natter uitgesproken na uitreiking van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs op 29 mei 2010
Dames en heren,
Vroeger had ik op kantoor een collega die als er iets niet naar haar zin werkte, de computer was kapot bijvoorbeeld, uitriep: 'Zo kan ik toch niet werken!' en dan boos naar huis ging. Na het aanhoren van juryrapport denk ik hetzelfde: met zoveel lof kan ik toch niet werken aan mijn tweede roman!
Sinds mijn debuut is verschenen zijn er allerlei reacties geweest. Positief, maar zeker ook negatief. Oppervlakkig of juist inhoudelijk. In alle mogelijke combinaties. Het mooist is het natuurlijk als inhoudelijk en positief samengaan, zoals in dit juryrapport, dat zelfs voor mij zaken onthulde die ik niet wist. U hoorde zojuist dat ik in een passage die over muziek gaat mijn poëtica prijsgeef en dat klopt, al had ik dat echt niet zo bedoeld.
Tegen de secretaris van de Maatschappij merkte ik in dit verband al eens op: sommige mensen in mijn omgeving lijken meer onder de indruk van het juryrapport dan van mijn boek!
Bij de presentatie van mijn boek heb ik allerlei mensen bedankt die er op de een of andere manier aan hebben meegewerkt: meelezers, familie, vrienden, de uitgever. Dat ga ik hier niet nog eens overdoen, maar één iemand wil ik wel graag bedanken. Met hem ontdekte ik op de middelbare school de literatuur. Ik dacht voor we elkaar ontmoetten dat ik de muziek in zou gaan, maar toen ik na een jaar gitaarles nog niet meer kon spelen dan Boer daar ligt een kip in het water leek daar voor mij geen toekomst in te zitten.
Ronald Giphart, want over hem spreek ik, wilde destijds artiest worden, wat dat ook mocht zijn. Samen ontdekten we, mede aan de hand van onze leraren Nederlands, de literatuur en begonnen we te schrijven. We lazen de complete vaderlandse letterkunde en bestudeerden alles wat er over te weten was, zoals de literaire prijzen. Vandaar ook dat ik totaal geen moeite heb de naam van de prijs waarmee ik nu gelauwerd ben te onthouden, want die spelde ik al toen ik 15 was: De Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.
Ik vind het een enorme eer om nu voor een jaar het pantheon van eerdere winnaars aan te voeren, of moet ik zeggen: het peloton van ooit veelbelovende literatoren? Schrijvers wier werken ik samen met Ronald op school en daarna las, zoals: Slauerhoff, Marsman, Vestdijk, Nooteboom, Van Maanen, Ouwens, Rosenboom.
Ik wil hier graag verklaren - Ronald en ik zeggen dit soort dingen nooit tegen elkaar - wij twee geloven niet in God, maar wel in het Lot, en als wij elkaar nooit hadden ontmoet, dan had ik hier vandaag niet gestaan.
Dank u wel.
Dankwoord van Henk Nellen uitgesproken na uitreiking van de Henriëttte de Beaufort-prijs op 29 mei 2010
Geachte voorzitter van de Maatschappij, geachte leden van de Jury, beste vrienden en andere aanwezigen,
Lang hoef ik niet het woord te voeren, want het enige dat ik u heb mee te delen is dat ik heel blij ben met deze onderscheiding. Op 10 april 2007 verscheen mijn boek, precies op de verjaardag van Hugo de Groot. Nadien heb ik, in grote onzekerheid, de kritieken afgewacht en toen die over het algemeen positief bleken uit te vallen, durfde ik geleidelijk weer wat vrijer adem te halen. De leukste reactie kreeg ik van een briefschrijver die me vertelde dat hij het boek had meegesleept op een fietstocht door Zuid-Frankrijk. Dat moet een enthousiaste lezer zijn geweest, want het boek is zwaar, zelfs zo zwaar dat de band gauw loslaat. Misschien heeft hij op iedere rustplaats een blad achtergelaten. Van één lezer weet ik zeker dat hij de biografie letterlijk van kaft tot kaft gelezen heeft, inclusief de index met al die persoonsnamen en Latijnse titels van Grotius' hand. Op 4 april 2008 ontving ik een e-mail waarin deze lezer me toch wat opgelucht meedeelde dat hij op de laatste pagina was aanbeland. Het ging hier om een employé van de Verenigde Nederlandse Blindenbibliotheken, want de biografie is intussen ook als luisterboek raadpleegbaar. In april 2008 ontving ik de 'Littéraire Witte prijs' van Sociëteit De Witte in Den Haag. Nu komt daar nog deze onderscheiding bij. Als ik zou zeggen dat dit te veel van het goede is, zou ik liegen, want het doet me groot plezier zo'n eervolle prijs in ontvangst te nemen.
Toen ik aan mijn biografie begon en voltooiing ver achter de horizon verscholen lag, was het leven aangenaam. In het begin gaat immers alles van een leien dakje. De structuur van het boek moet nog worden opgebouwd en ingevuld. Het materiaal over Grotius is rijk en laat allerlei keuzes toe. Bovendien stuit de onderzoeker bij iedere duik in de bronnen op onverwachte vondsten waarvan hij zich meteen afvraagt hoe die benut en verwerkt kunnen worden. Geleidelijk werd me duidelijk dat een auteur die in de bronnen thuis is, er zonder problemen een tweede biografie uit zou kunnen destilleren met een volledig afwijkende invalshoek, aankleding en boodschap. Voor andere zeventiende-eeuwse beroemdheden zoals Descartes en Spinoza ligt dat anders. Het materiaal is hier bekend en ook goed bestudeerd, zodat de deskundigen intussen verwikkeld zijn geraakt in een discussie over de interpretatie van het beschikbare materiaal. Als u zelfs maar één onbekende autografische snipper van Spinoza vindt, bent u een echte geluksvogel en kunt u de inhoud onder tromgeroffel publiceren. Van Grotius' hand rusten echter in de archieven nog allerlei bronnen die ten onrechte verwaarloosd worden. Er is een praktisch onleesbaar dagboek van zijn Engelse reis, er zijn vele honderden paparassen met tijdens de studie opgetekende leesvruchten, en er zijn ambtelijke memoranda. De stukken van de strafprocessen waarin hij optrad als openbaar aanklager namens het Hof van Holland, wachten nog steeds geduldig op een systematische bestudering. Naar de papieren die hij als pensionaris van Rotterdam tijdens de Bestandstwisten bijeenbracht, is nog nauwelijks gekeken. Intussen produceert de geschiedschrijving over recht, letteren, godsdienst en politiek van de Gouden Eeuw een brede stroom secundaire literatuur die voor een eenvoudige Grotius-adept niet is bij te houden. Hij zet zich aan de oever neer en ziet het water voorbij kolken. Hoe moet hij voorkomen dat hij kopje ondergaat wanneer hij van wal steekt?
Gelukkig is de biografie een vrij genre. De schrijver kan het levensverhaal van zijn held naar eigen inzicht inrichten. De selectie van de bronnen staat hem vrij, evenals de opbouw en redactie van het verhaal. Hij mag zijn gang gaan, als hij zijn werkwijze in de verantwoording maar precies uitlegt en als hij zich maar consequent houdt aan de regels die hij voor zichzelf heeft vastgesteld. Vervolgens moet hij proberen zijn plan uit te voeren zonder dat hij in tegenspraak komt met feiten en inzichten die door een ander uit de bronnen opgedolven kunnen worden. Deze laatste doelstelling is een onuitvoerbaar ideaal. Zij impliceert meteen de voorlopigheid van mijn biografie, want voor Grotius geldt immers dat het bronnenmateriaal heel divers, rijk en vaak moeilijk toegankelijk is. Als ik nu mijn langdurige bemoeienis met de bewogen levensloop van Hollands beroemdste balling moet typeren, dan houd ik het bij een simpele vaststelling: naarmate het schrijfproces vorderde, kostte het me steeds meer moeite de ijverig vergaarde gegevens in een duidelijke en evenwichtige structuur te presenteren. Of ik daarin geslaagd ben, laat ik hier wijselijk in het midden, maar ik weet zeker dat er ooit een biograaf zal opstaan die mijn beeld aan scherven gooit.
In het besef dat het werk nooit af is, heb ik zelf ondertussen niet stilgezeten. Ik heb me verdiept in Grotius' standaardwerk over het oorlogsrecht, De iure belli ac pacis, om aan de hand van de werkelijk onuitputtelijke secundaire literatuur uit te zoeken hoe Grotius de door Christus uitdrukkelijk geboden naastenliefde met de maatschappelijke onvermijdelijkheid van wapengeweld en oorlogvoering probeerde te combineren. Zijn visie kwam erop neer dat geweld en oorlog alléén gerechtvaardigd kunnen zijn in het geval van een blokkade van alle andere wegen die de rechtspersoon in staat moeten stellen om zijn gelijk te halen: 'ubi judicia deficiunt, incipit bellum', of in modern Nederlands: 'waar de rechtsmiddelen ontbreken, begint de oorlog'. Alleen al een poging om de oorsprong van deze uitspraak te traceren, kost veel tijd. Zij komt voor in De iure belli ac pacis, in De republica emendanda en naar ik laatst bij toeval via 'Google Books' ontdekte ook in De iure praedae. Daar staat in een noot een verwijzing naar de jurist Alberico Gentili, maar het is waarschijnlijk dat Grotius zelf de bron is van deze merkwaardige, in feite heel oorlogszuchtige uitspraak, die nu ten onrechte de entreehal van het gebouw der Tweede Kamer siert.
Ook voor een ander wetenschapsgebied deed ik nieuw onderzoek. Ik probeerde beter zicht te krijgen op de invloed die Grotius' Bijbelverklaring heeft gehad. Ik bestudeerde zijn uitleg van het Hooglied en constateerde dat hij dit Bijbelboek op de eerste plaats zag als een fraai erotisch gedicht waarin een minnaar, koning Salomo, zijn zinnelijke liefde voor een Egyptische bruid bezong. Met verwijzingen naar profane auteurs als Theocritus en Catullus probeerde Grotius deze visie te onderbouwen. De Lutherse geweldenaar Abraham Calovius publiceerde in de tweede helft van de zeventiende eeuw tegen Grotius' uitleg van de Bijbel een werk van meer dan 5800 foliopagina's. Daarin verdedigde hij ook in scherpe bewoordingen zijn eigen opvatting van een door de Heilige Geest ingegeven, dus goddelijk geïnspireerd Hooglied. Met die minnaar werd volgens Calovius letterlijk gedoeld op Christus, die zijn liefde voor de kerk tot uitdrukking bracht. Gelukkig heeft de jury mij niet het verwijt gemaakt dat ik Calovius' imposante folianten in een voetnoot met twee armzalige regels afdoe. Het gaat hier wel om een tekortkoming, want aan de hand van Calovius' bestrijding kan goed worden aangetoond dat de theoloog Grotius in de Duitse landen verguisd werd, juist op het moment dat hij daar om zijn rechtsleer een fabelachtige reputatie genoot, getuige de Duitse herdrukken van zijn De iure belli ac pacis en een leerstoel over het natuur- en volkerenrecht aan de universiteit van Heidelberg.
De waarheid treft minder hard als je haar zelf uitspreekt en daarom beklemtoon ik nog eens de voorlopigheid van mijn levensbeschrijving. Terecht heeft de jury in haar oordeel laten meewegen dat het onderwerp van studie, een zeventiende-eeuwse grootheid, ver van ons afstaat. Inderdaad kan ik bevestigen dat die keuze grote moeilijkheden inhield. Alleen al door zijn geliefkoosde voertaal, het Latijn, heeft de figuur van Grotius voor ons vage contouren gekregen. Iedere Latinist weet hoeveel er met een vertaling verloren gaat, zelfs als die vertaling geheel naar het huidige Nederlandse idioom wordt aangepast. Gelukkig maakte Grotius' krachtige Nederlands soms een fraai citaat in die taal mogelijk.
Grotius heeft een rijk leven en een nog rijker Nachleben. Wie zich aan de bestudering van deze geleerde wijdt, belast zich met een taak die zonder einde is. Maar ik voel me door de prijs gesteund en zal me met des te meer energie aan dit onderzoek wijden. Ik dank de jury en het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Ik dank ook mijn familie die me steeds tot steun is geweest. Ten slotte wil ik een woord van erkentelijkheid richten tot de directie en collega's van het Huygens Instituut, een instelling die het mij mogelijk heeft gemaakt dit boek te schrijven. De biografie moet op een aantal punten verbeterd worden. Als ik tijd van leven heb, zal ik proberen dat te doen in een nieuwe Nederlandse of Engelse versie. Ik dank u voor uw aandacht.
Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor Bert Natter
Advies van de Commissie voor schone letteren
Halverwege de wervelende roman Begeerte heeft ons aangeraakt schrijft auteur Bert Natter: 'Hoe hebben we voelen geleerd? Door aan te raken. Wie muziek wil maken, moet voelen vergeten en beginnen met de kunst van het aanraken. Je raakt de toetsen aan en maakt muziek. Er is niets aan te voelen, want elke toets is hetzelfde, het gaat alleen om aanraken.' Met deze waarneming geeft de auteur zijn poëtica prijs; een schrijver wil graag emoties overdragen, maar net als in de muziek dient hij wel op de juiste manier zijn woorden te kiezen om het juiste effect te sorteren. Ook woorden moeten 'aangeraakt' worden, en dat betekent bezieling krijgen. In dat laatste betoont Bert Natter zich een meester.
Hoofdpersoon Lucas Hunthgburth is kenner van oude muziekinstrumenten. Hij is conservator van het Museum voor Oude Muziekinstrumenten, maar wordt daar ontslagen. Zijn liefde en kennis voor antieke klavecimbels speelt in de roman bijna op elke bladzijde een grote rol. Dat maakt Begeerte heeft ons aangeraakt tot een muzikaal boek. Bovendien is Lucas op zoek naar het raadsel van de inscriptie op een oud klavier. Dat voert de lezer naar de tijd van Huygens, die op het Haagse landgoed Hofwijck woonde.
Deze historische lijn is slechts een van de vele lijnen die Natter in zijn boek weeft. Een andere lijn is die van de vuurwerkramp in Enschede, waar zijn ouders een buurtwinkel drijven. Hun huis wordt verwoest. En erger nog, Lucas' beste vriend, de kunstenaar Zwier, vindt de dood onder een brok rondvliegend beton. Het verlies van zijn vriend vormt een mooie mineurtoon in Natters debuut. Deze tragisch verbroken vriendschap ligt aan de basis van de roman, eerder suggestief dan uitgesproken. De expressieve Zwier staat aan het begin van een succesvolle carrière als schilder van borsten. Het is natuurlijk geen toeval dat ook Lucas een obsessie heeft voor vrouwenlichamen.
In de roman spelen lust en seksualiteit een beslissende rol. Natter geeft sensualiteit in stijl weer, zoals in de volgende passage: 'Door te strelen ontdekte ik een onbekend en ijskoud meisjeslijf, omhuld door dun en glad satijn, dat tot net over haar billen reikte. Ik streelde de enkels en gleed over de kuiten naar boven, de gladde huid gaf mee onder mijn vingers. "Ik ben het." Het was jouw donkere stem.'
Een ander motief dat sterk met de liefde is verbonden, is dat van Orpheus en Eurydice. De levende zanger Orpheus moet zijn geliefde achterlaten in het dodenrijk, al wil hij haar nog zo graag bij zich houden. Ook de liefde tussen Lucas en Dido is fataal.
De beginzin van de roman is intrigerend: 'Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen.' Pas veel later, als het personage Dido zich aandient, krijgt deze zin zijn werkelijke, dramatische betekenis. Dido is de grote liefde van Lucas. Haar vader is overleden. Het begrafenisdiner is een welhaast surrealistische uitbeelding van gemankeerde toespraken, een regen van spruitjes, gedode, gebraden en vervolgens met sierveren opgesierde pauwen - de lievelingsdieren van de overleden vader - die voor veel commotie zorgen. Maar Dido is niet helemaal toerekeningsvatbaar, ze verblijft in een inrichting in Zuidlaren. Komt Dido eenmaal in het verhaal, dan wijzigt zich de toon. Natters stijl verandert van heftig en bewogen, ook humoristisch, in emotioneel en geladen. Het afscheid aan de Waddenzee is aangrijpend; Dido zwemt naar het eiland, daar waar ze de gelukkige tijd van haar leven doorbracht.
Met dit slot plaatst Bert Natter het boek in een verrassend perspectief. De verteller richt zich rechtstreeks tot Dido, waardoor Begeerte heeft ons aangeraakt richting krijgt. Deze aanspreekvorm maakt de roman teder en indringend. Want, opnieuw halverwege, blijkt de hele roman met terugwerkende én vooruitziende kracht op dit moment te hebben gewacht. Lucas als de museumconservator dreigt een kleurloos bestaan te gaan leiden, is iemand die geobsedeerd is het verleden te behouden. Dat blijkt uit de fraaie en intrigerende verwijzingen naar de antieke klavecimbels, waardoor Lucas zo is geobsedeerd. De titel van de roman is ontleend aan de Internationale, het strijdlied van de arbeidersbeweging. Politiek geëngageerd zou de Commissie Begeerte heeft ons aangeraakt niet per se willen noemen, maar deze verwijzing tilt het boek wel op een maatschappelijk niveau.
De Commissie voor schone letteren is ervan overtuigd dat Bert Natter met Begeerte heeft ons aangeraakt het begin markeert van een beloftevolle literaire toekomst. Natter heeft durf en moed; moeiteloos zwenkt hij heen en weer tussen verleden en heden, tussen humor en ernst. Bovendien is hij er uitstekend in geslaagd om een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis zoals de vuurwerkramp die Enschede trof, in de roman een cruciale plaats te laten innemen. Deze overwegingen in ogenschouw genomen stelt de Commissie met overtuiging en eensgezindheid voor de Lucy B en. C.W. Van der Hoogt-prijs 2010 toe te kennen aan Bert Natter op grond van zijn roman Begeerte heeft ons aangeraakt (De Bezige Bij / Thomas Rap, 2009).
- Elke Brems
- Kester Freriks, voorzitter
- Micha Hamel
- Ingrid Hoogervorst
- Gerard Raat
Henriëttte de Beaufort-prijs 2010 voor Henk Nellen
Advies van de Commissie van voordracht
De Commissie van voordracht is haar werkzaamheden begonnen met het opstellen van een groslijst van ruim 360 biografieën en autobiografieën, die van 2004 tot en met 2009 in Nederland zijn verschenen, de reglementair voorgeschreven periode voor de beoordeling. Zij koos daaruit zestig titels voor een nadere beschouwing. Na lezing bleven er zeventien biografieën over, die voor een zorgvuldige toetsing in aanmerking kwamen. Het grote aantal geselecteerde titels kan worden gezien als een bewijs van de bloei van het genre. De tijd is voorbij dat de biografie gold als een schaars goed in de Nederlandse letteren of - ruimer gemeten - in de Nederlandse boekproductie.
De prijs, die bij toerbeurt aan een Nederlandse en een Vlaamse auteur kan worden toegekend, is bestemd voor een in druk verschenen en in de Nederlandse taal geschreven biografie of autobiografie. In haar selectie heeft de Commissie zich laten leiden door twee criteria: de kwaliteit van de research en de literaire vorm van de portrettering. Hoe en hoe intensief is het materiaal voor de biografie bijeengebracht? En hoe is het portret opgebouwd en geschreven? Dit leidde ertoe dat de combinatie van beide de doorslag moest geven.
Aan het eerste criterium, de inhoud en reikwijdte van de research, beantwoordde een groter aantal van de geselecteerde boeken dan aan het tweede, de literaire vormgeving. Het biografisch onderzoek heeft tal van auteurs geïnspireerd tot omvangrijke en soms oorspronkelijke werken. Over het algemeen blijkt er een tamelijk hoge standaard van inventiviteit en doorzettingsvermogen te zijn ontwikkeld. Het tweede criterium - een oorspronkelijke vormgeving - bleek een aanzienlijk grotere horde te zijn. Het genre van de biografie biedt juist de gelegenheid tot een ware portretkunst maar die gave is niet ieder gegeven. Toch vond de Commissie in haar selectie enkele titels van een uitnemende portrettering en schrijfkunst.
In de laatste fase van haar besluitvorming heeft de Commissie zich gerealiseerd, dat haar besluit ook een keuze moest worden tussen uitstekende biografieën van uiteenlopende genres: de kunstenaarsbiografie, de intellectuele biografie of de literaire portrettering. Dat betekent, dat in de prijstoekenning verdisconteerd wordt een beredeneerde voorkeur voor een bepaald genre in de huidige selectie; een voorkeur die niet vanzelfsprekend is en niet zonder meer voor herhaling vatbaar.
Uiteindelijk is na veel wikken en wegen de Commissie gekomen tot de voordracht van het boek van Henk Nellen, Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede 1583-1645 (Balans, Amsterdam 2007).
Aan deze keuze liggen de navolgende argumenten ten grondslag:
- De auteur heeft voor zijn onderwerp grondig onderzoek gedaan, dat hem diep in het intellectuele leven van Europa in de eerste helft van de 17de eeuw heeft gebracht. De hoofdpersoon, Hugo de Groot, manifesteerde zich op velerlei terreinen: in de politiek, de diplomatie, de ontwikkeling van het recht en de theologie. Henk Nellen heeft hem gevolgd en zich op diverse onderwerpen zodanig ingelezen en georiënteerd, dat hij de intellectuele kracht van Grotius adequaat kon beschrijven en analyseren. De Commissie heeft zich wel gerealiseerd, dat de auteur dankzij zijn taak in het Huygens Instituut - de uitgave van de correspondentie van Grotius - ruimschoots in de gelegenheid is gesteld dit onderzoek te doen. Maar hij heeft deze ruimte ook overtuigend benut en ingevuld.
- In deze biografie worden de intellectuele verkenningen van de hoofdpersoon ingebed in een levensverhaal. Henk Nellen slaagt in zijn voornemen om zo nu en dan de rust van Grotius' studeerkamer te (doen) verstoren met de beschrijving van persoonlijke conflicten, geleerde disputen en de onvoorspelbaarheid van politieke confrontaties. Er is rumoer in dit levensverhaal. In dat voornemen en in het resultaat onderscheidt dit werk zich daarom van een intellectueel traktaat. Het boek van Henk Nellen kan met recht een biografie heten.
- De auteur heeft ervoor gekozen vooral de intellectuele kant van de hoofdpersoon te belichten. De persoonlijke dimensie van zijn leven wordt feitelijk gevolgd met lotgevallen uit zijn particuliere leven; hij beschrijft en laat de analyse op dit onderwerp na. Zo is De Groots echtgenote, Maria van Reigersberch, voortdurend aanwezig zonder dat haar persoonlijkheid echt wordt uitgediept. Zij is in deze biografie toch vooral de liefhebbende echtgenote. Dat geldt ook in ander opzicht voor De Groots zonen. De Commissie heeft van deze keuze van de auteur kennisgenomen. Het is de keerzijde van de intellectuele kwaliteiten van het boek. Die keuze is naar haar mening goed te verdedigen want juist op intellectueel vlak onderscheidt zich de hoofdpersoon.
- Ten slotte heeft de Commissie zich gerealiseerd dat een biografie, die een intellectuele hoofdpersoon uit de geschiedenis van de Republiek en van het intellectuele leven in de vroegmoderne tijd belicht, aan de biograaf bijzondere eisen stelt van onderzoek en historisch invoelingsvermogen. Het is bovendien van betekenis om een boek te prijzen, dat zich qua keuze van plaats en tijd onderscheidt in de stroom van contemporaine biografieën.
Deze argumenten hebben de Commissie ertoe gebracht in een - het zij nogmaals gezegd - opvallend grote selectie van prijzenswaardige biografieën het werk van Henk Nellen tot het beste te verkiezen.
- Arianne Baggerman
- Jan Bank (voorzitter)
- Martin Bossenbroek
- Aad Groos (secretaris)
- Inge de Wilde
