Nieuws en Mededelingen

  

Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor Bert Natter

Advies van de Commissie voor schone letteren

Halverwege de wervelende roman Begeerte heeft ons aangeraakt schrijft auteur Bert Natter: 'Hoe hebben we voelen geleerd? Door aan te raken. Wie muziek wil maken, moet voelen vergeten en beginnen met de kunst van het aanraken. Je raakt de toetsen aan en maakt muziek. Er is niets aan te voelen, want elke toets is hetzelfde, het gaat alleen om aanraken.' Met deze waarneming geeft de auteur zijn poëtica prijs; een schrijver wil graag emoties overdragen, maar net als in de muziek dient hij wel op de juiste manier zijn woorden te kiezen om het juiste effect te sorteren. Ook woorden moeten 'aangeraakt' worden, en dat betekent bezieling krijgen. In dat laatste betoont Bert Natter zich een meester.

Hoofdpersoon Lucas Hunthgburth is kenner van oude muziekinstrumenten. Hij is conservator van het Museum voor Oude Muziekinstrumenten, maar wordt daar ontslagen. Zijn liefde en kennis voor antieke klavecimbels speelt in de roman bijna op elke bladzijde een grote rol. Dat maakt Begeerte heeft ons aangeraakt tot een muzikaal boek. Bovendien is Lucas op zoek naar het raadsel van de inscriptie op een oud klavier. Dat voert de lezer naar de tijd van Huygens, die op het Haagse landgoed Hofwijck woonde.

Deze historische lijn is slechts een van de vele lijnen die Natter in zijn boek weeft. Een andere lijn is die van de vuurwerkramp in Enschede, waar zijn ouders een buurtwinkel drijven. Hun huis wordt verwoest. En erger nog, Lucas' beste vriend, de kunstenaar Zwier, vindt de dood onder een brok rondvliegend beton. Het verlies van zijn vriend vormt een mooie mineurtoon in Natters debuut. Deze tragisch verbroken vriendschap ligt aan de basis van de roman, eerder suggestief dan uitgesproken. De expressieve Zwier staat aan het begin van een succesvolle carrière als schilder van borsten. Het is natuurlijk geen toeval dat ook Lucas een obsessie heeft voor vrouwenlichamen.

In de roman spelen lust en seksualiteit een beslissende rol. Natter geeft sensualiteit in stijl weer, zoals in de volgende passage: 'Door te strelen ontdekte ik een onbekend en ijskoud meisjeslijf, omhuld door dun en glad satijn, dat tot net over haar billen reikte. Ik streelde de enkels en gleed over de kuiten naar boven, de gladde huid gaf mee onder mijn vingers. "Ik ben het." Het was jouw donkere stem.'

Een ander motief dat sterk met de liefde is verbonden, is dat van Orpheus en Eurydice. De levende zanger Orpheus moet zijn geliefde achterlaten in het dodenrijk, al wil hij haar nog zo graag bij zich houden. Ook de liefde tussen Lucas en Dido is fataal.

De beginzin van de roman is intrigerend: 'Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen.' Pas veel later, als het personage Dido zich aandient, krijgt deze zin zijn werkelijke, dramatische betekenis. Dido is de grote liefde van Lucas. Haar vader is overleden. Het begrafenisdiner is een welhaast surrealistische uitbeelding van gemankeerde toespraken, een regen van spruitjes, gedode, gebraden en vervolgens met sierveren opgesierde pauwen - de lievelingsdieren van de overleden vader - die voor veel commotie zorgen. Maar Dido is niet helemaal toerekeningsvatbaar, ze verblijft in een inrichting in Zuidlaren. Komt Dido eenmaal in het verhaal, dan wijzigt zich de toon. Natters stijl verandert van heftig en bewogen, ook humoristisch, in emotioneel en geladen. Het afscheid aan de Waddenzee is aangrijpend; Dido zwemt naar het eiland, daar waar ze de gelukkige tijd van haar leven doorbracht.

Met dit slot plaatst Bert Natter het boek in een verrassend perspectief. De verteller richt zich rechtstreeks tot Dido, waardoor Begeerte heeft ons aangeraakt richting krijgt. Deze aanspreekvorm maakt de roman teder en indringend. Want, opnieuw halverwege, blijkt de hele roman met terugwerkende én vooruitziende kracht op dit moment te hebben gewacht. Lucas als de museumconservator dreigt een kleurloos bestaan te gaan leiden, is iemand die geobsedeerd is het verleden te behouden. Dat blijkt uit de fraaie en intrigerende verwijzingen naar de antieke klavecimbels, waardoor Lucas zo is geobsedeerd. De titel van de roman is ontleend aan de Internationale, het strijdlied van de arbeidersbeweging. Politiek geëngageerd zou de Commissie Begeerte heeft ons aangeraakt niet per se willen noemen, maar deze verwijzing tilt het boek wel op een maatschappelijk niveau.

De Commissie voor schone letteren is ervan overtuigd dat Bert Natter met Begeerte heeft ons aangeraakt het begin markeert van een beloftevolle literaire toekomst. Natter heeft durf en moed; moeiteloos zwenkt hij heen en weer tussen verleden en heden, tussen humor en ernst. Bovendien is hij er uitstekend in geslaagd om een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis zoals de vuurwerkramp die Enschede trof, in de roman een cruciale plaats te laten innemen. Deze overwegingen in ogenschouw genomen stelt de Commissie met overtuiging en eensgezindheid voor de Lucy B en. C.W. Van der Hoogt-prijs 2010 toe te kennen aan Bert Natter op grond van zijn roman Begeerte heeft ons aangeraakt (De Bezige Bij / Thomas Rap, 2009).

  • Elke Brems
  • Kester Freriks, voorzitter
  • Micha Hamel
  • Ingrid Hoogervorst
  • Gerard Raat
 

Henriëttte de Beaufort-prijs 2010 voor Henk Nellen

Advies van de Commissie van voordracht

De Commissie van voordracht is haar werkzaamheden begonnen met het opstellen van een groslijst van ruim 360 biografieën en autobiografieën, die van 2004 tot en met 2009 in Nederland zijn verschenen, de reglementair voorgeschreven periode voor de beoordeling. Zij koos daaruit zestig titels voor een nadere beschouwing. Na lezing bleven er zeventien biografieën over, die voor een zorgvuldige toetsing in aanmerking kwamen. Het grote aantal geselecteerde titels kan worden gezien als een bewijs van de bloei van het genre. De tijd is voorbij dat de biografie gold als een schaars goed in de Nederlandse letteren of - ruimer gemeten - in de Nederlandse boekproductie.

De prijs, die bij toerbeurt aan een Nederlandse en een Vlaamse auteur kan worden toegekend, is bestemd voor een in druk verschenen en in de Nederlandse taal geschreven biografie of autobiografie. In haar selectie heeft de Commissie zich laten leiden door twee criteria: de kwaliteit van de research en de literaire vorm van de portrettering. Hoe en hoe intensief is het materiaal voor de biografie bijeengebracht? En hoe is het portret opgebouwd en geschreven? Dit leidde ertoe dat de combinatie van beide de doorslag moest geven.

Aan het eerste criterium, de inhoud en reikwijdte van de research, beantwoordde een groter aantal van de geselecteerde boeken dan aan het tweede, de literaire vormgeving. Het biografisch onderzoek heeft tal van auteurs geïnspireerd tot omvangrijke en soms oorspronkelijke werken. Over het algemeen blijkt er een tamelijk hoge standaard van inventiviteit en doorzettingsvermogen te zijn ontwikkeld. Het tweede criterium - een oorspronkelijke vormgeving - bleek een aanzienlijk grotere horde te zijn. Het genre van de biografie biedt juist de gelegenheid tot een ware portretkunst maar die gave is niet ieder gegeven. Toch vond de Commissie in haar selectie enkele titels van een uitnemende portrettering en schrijfkunst.

In de laatste fase van haar besluitvorming heeft de Commissie zich gerealiseerd, dat haar besluit ook een keuze moest worden tussen uitstekende biografieën van uiteenlopende genres: de kunstenaarsbiografie, de intellectuele biografie of de literaire portrettering. Dat betekent, dat in de prijstoekenning verdisconteerd wordt een beredeneerde voorkeur voor een bepaald genre in de huidige selectie; een voorkeur die niet vanzelfsprekend is en niet zonder meer voor herhaling vatbaar.

Uiteindelijk is na veel wikken en wegen de Commissie gekomen tot de voordracht van het boek van Henk Nellen, Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede 1583-1645 (Balans, Amsterdam 2007).

Aan deze keuze liggen de navolgende argumenten ten grondslag:

  • De auteur heeft voor zijn onderwerp grondig onderzoek gedaan, dat hem diep in het intellectuele leven van Europa in de eerste helft van de 17de eeuw heeft gebracht. De hoofdpersoon, Hugo de Groot, manifesteerde zich op velerlei terreinen: in de politiek, de diplomatie, de ontwikkeling van het recht en de theologie. Henk Nellen heeft hem gevolgd en zich op diverse onderwerpen zodanig ingelezen en georiënteerd, dat hij de intellectuele kracht van Grotius adequaat kon beschrijven en analyseren. De Commissie heeft zich wel gerealiseerd, dat de auteur dankzij zijn taak in het Huygens Instituut - de uitgave van de correspondentie van Grotius - ruimschoots in de gelegenheid is gesteld dit onderzoek te doen. Maar hij heeft deze ruimte ook overtuigend benut en ingevuld.
  • In deze biografie worden de intellectuele verkenningen van de hoofdpersoon ingebed in een levensverhaal. Henk Nellen slaagt in zijn voornemen om zo nu en dan de rust van Grotius' studeerkamer te (doen) verstoren met de beschrijving van persoonlijke conflicten, geleerde disputen en de onvoorspelbaarheid van politieke confrontaties. Er is rumoer in dit levensverhaal. In dat voornemen en in het resultaat onderscheidt dit werk zich daarom van een intellectueel traktaat. Het boek van Henk Nellen kan met recht een biografie heten.
  • De auteur heeft ervoor gekozen vooral de intellectuele kant van de hoofdpersoon te belichten. De persoonlijke dimensie van zijn leven wordt feitelijk gevolgd met lotgevallen uit zijn particuliere leven; hij beschrijft en laat de analyse op dit onderwerp na. Zo is De Groots echtgenote, Maria van Reigersberch, voortdurend aanwezig zonder dat haar persoonlijkheid echt wordt uitgediept. Zij is in deze biografie toch vooral de liefhebbende echtgenote. Dat geldt ook in ander opzicht voor De Groots zonen. De Commissie heeft van deze keuze van de auteur kennisgenomen. Het is de keerzijde van de intellectuele kwaliteiten van het boek. Die keuze is naar haar mening goed te verdedigen want juist op intellectueel vlak onderscheidt zich de hoofdpersoon.
  • Ten slotte heeft de Commissie zich gerealiseerd dat een biografie, die een intellectuele hoofdpersoon uit de geschiedenis van de Republiek en van het intellectuele leven in de vroegmoderne tijd belicht, aan de biograaf bijzondere eisen stelt van onderzoek en historisch invoelingsvermogen. Het is bovendien van betekenis om een boek te prijzen, dat zich qua keuze van plaats en tijd onderscheidt in de stroom van contemporaine biografieën.

Deze argumenten hebben de Commissie ertoe gebracht in een - het zij nogmaals gezegd - opvallend grote selectie van prijzenswaardige biografieën het werk van Henk Nellen tot het beste te verkiezen.

  • Arianne Baggerman
  • Jan Bank (voorzitter)
  • Martin Bossenbroek
  • Aad Groos (secretaris)
  • Inge de Wilde